Chapeau NGO: Het leven van de armsten verbetert

Ontwikkelingsorganisaties krijgen veel voor elkaar. Maar zelden laten ze de vooruitgang zien die wordt bereikt. World’s Best News zet organisaties graag in het zonnetje die dat wél doen. Vandaag op Prinsjesdag een chapeau voor álle ngo’s. Uit cijfers van de Verenigde Naties blijkt dat het leven in ‘minst ontwikkelde landen’ behoorlijk is verbeterd ten opzichte van 1990. Onze inzet loont!

Leuk hoor, zo’n chapeau, maar hoezo verbeterd? Er is toch nog steeds veel honger en armoede?

Klopt helemaal. Vandaag de dag leven er nog steeds zo’n 700 miljoen mensen in extreme armoede, maar dat waren er in 1990 nog 1,1 miljard meer. Maar dat is niet het enige criterium waar de Verenigde Naties (VN) naar heeft gekeken. Zo rekent ze met de Human Development Index (HDI). Deze ‘index van de menselijke ontwikkeling’ kijkt niet alleen naar het bruto nationaal inkomen per persoon. De HDI kijkt bijvoorbeeld ook naar de levensverwachting bij de geboorte, hoe lang iemand gemiddeld naar school gaat en wat het aantal verwachte schooljaren is. Door ook gezondheid en scholing op te nemen, gaat de HDI ook over de kwaliteit van leven. De Index is daardoor een uitgebreidere maatstaf dan de meetinstrumenten die alleen kijken naar materiële welvaart.

Ok, en die HDI is dus verbeterd begrijp ik?

En niet zo’n beetje ook! In 1990 kon een kind dat in Sub-Sahara Afrika geboren werd, verwachten dat het slechts 50 jaar zou leven. Vandaag de dag kunnen pasgeborenen verwachten 61 jaar te leven. Hierdoor is de kloof tussen de levensverwachting van ’s werelds armste regio en het wereldwijde gemiddelde met vier jaar afgenomen. Vergelijkbare vooruitgang is te melden over onderwijsresultaten en inkomens in ontwikkelingslanden. Zo hebben alle 189 landen met HDI-scores hun score sinds 1990 verbeterd met gemiddeld 0,5% per jaar. Slechts zeven landen hebben sinds 2010 hun HDI-score zien verminderen. Dat gebeurde vaak als gevolg van oorlog of hongersnood.

Maar dit klinkt alsof de ongelijkheid afneemt. Maar die neemt toch alleen maar toe?

De cijfers van de HDI laten een ander beeld zien: die tonen aan dat de ongelijkheid in levenskwaliteit zowel bínnen landen als tússen landen afneemt. Volgens de Index is de ongelijkheid sinds 1990 met zes procentpunten gedaald. En dat komt vooral doordat ontwikkelingslanden rijker werden en daarmee de kloof tussen hen en het rijke Westen wisten te dichten. Maar ook nam de ongelijkheid ín landen af. ‘Welzijn’, zegt de VN, ‘wordt zowel in landen als tussen landen breder gedeeld dan voorheen’.

Bron: VN, The Economist

Dus arm zijn betekent niet voor eeuwig arm zijn?

Zeker niet! Kijk alleen maar naar het aantal arme landen dat dit jaar in aanmerking komt om de lijst met ‘minst ontwikkelde landen’ te verlaten. Dat zijn er maar liefst elf. Van alle 47 lage-inkomens landen hebben deze elf volgens de Verenigde Naties  hun toegang tot onderwijs en gezondheidszorg zodanig verbeterd en laten zoveel economische groei zien, dat ze zich binnenkort geen ‘minst ontwikkeld land’ meer hoeven te noemen.

En al deze vooruitgang komt allemaal door de inzet van ontwikkelingsorganisaties?

Voor een groot deel zeker, maar ook globalisering, democratisering en goed leiderschap spelen een grote rol. De Amerikaanse econoom Steve Radelet, een klassieke markteconoom, ziet naast deze drie ontwikkelingen een belangrijke rol weggelegd voor ontwikkelingssamenwerking. Goed gemikte ontwikkelingshulp, zegt Radelet, stimuleerde de gezondheidszorg en zorgde voor hogere opbrengsten in de landbouw. Ontwikkelingshulp verzachtte de gevolgen van natuurrampen en hielp in het opbouwen van landen na een oorlog.  Ontwikkelingshulp voor de bestrijding van malaria zorgde voor bijna een halvering van het aantal doden. Chapeau voor alle ngo’s dus!